Mijn speelveld: aandelen wereldwijd
In theorie kun je in vrijwel alles beleggen: aandelen, obligaties, vastgoed, grondstoffen, private leningen, opties en meer. Dat volledige aanbod is het beleggingsuniversum in de breedste zin. Daaruit kies ik bewust één categorie als mijn speelveld: beursgenoteerde aandelen wereldwijd, bij uitzondering aangevuld met obligaties.
Die keuze komt niet voort uit desinteresse in de rest, maar uit de vraag waar ik het verschil kan maken. Mijn expertise ligt in het analyseren van bedrijven en het inschatten van hun intrinsieke waarde: wat een onderneming werkelijk waard is, los van de prijs die de beurs er vandaag voor vraagt. Ik zoek naar bedrijven waarvan die waarde duidelijk boven de beurskoers ligt. Ik richt me dus niet op de vraag of een aandeel morgen stijgt, maar op de vraag wat een onderneming waard is en welke prijs ik daarvoor bereid ben te betalen. Daar ligt de meerwaarde die ik mijn cliënten kan bieden; daarom concentreer ik me daarop.
Binnen mijn competenties blijven — zonder stil te staan
Er zullen altijd periodes zijn waarin een andere beleggingscategorie beter rendeert. Toch waak ik ervoor een domein te betreden waar anderen structureel meer verstand van hebben dan ik. Ik haal liever het maximale uit het domein waarin ik sterk ben dan overal een beetje aan mee te doen. Anders gezegd: waarom zou ik meedoen aan een spel dat ik (nog) niet kan winnen?
Het woord ‘nog’ is hier wezenlijk. Mijn competentiecirkel staat namelijk niet stil: ik verdiep me doorlopend in nieuwe bedrijven, sectoren en beleggingsvormen — juist ook buiten mijn huidige speelveld. Maar ik beleg er pas in zodra ik voldoende specialistische kennis heb opgebouwd én ervan overtuigd ben dat die kennis mij een daadwerkelijk voordeel oplevert. Dat ik iets vandaag uitsluit, betekent dus niet dat ik het niet onderzoek; het betekent dat ik er na onderzoek onvoldoende voordeel zie.
Geen grenzen aan regio of sector
Binnen dat speelveld houd ik vervolgens alle opties open. Veel beleggers beperken zich tot hun thuismarkt of tot één sector, soms uit home bias — de neiging om vooral dicht bij huis te beleggen — en soms omdat ze daar een informatievoordeel hebben opgebouwd. Dat laatste is verdedigbaar, maar het houdt de vijver klein.
Ik wil niet alleen naar Nederland kijken en daardoor betere alternatieven elders in Europa, Amerika of Azië mislopen. Ik wil me niet vastleggen op één sector en daardoor kansrijkere beleggingen in alle andere sectoren laten liggen. De lat blijft daarbij even hoog: ik beoordeel elk bedrijf op dezelfde kwaliteits- en waarderingscriteria, ongeacht land of sector. Het enige verschil is dat ik die criteria op veel meer bedrijven toepas, zodat er ook meer overblijven die eraan voldoen.
Een ruim universum levert bovendien vaker nieuwe kansen op: het is niet zo dat ik één keer een goede belegging vind en daarna niet meer weet wat ik met het vrijgekomen kapitaal moet. Er is niet altijd iets goedkoop genoeg — soms is wachten de enige juiste keuze — maar hoe groter de vijver, hoe eerder zich weer een kans aandient om dat kapitaal te herbeleggen.
Voor de vastgoedmensen onder ons: zie het als een belegger die niet alleen de panden in de winkelstraat van zijn eigen dorp overweegt, maar de winkelstraten waar ook ter wereld afstruint — en vervolgens alleen de panden koopt waarvan locatie, huurinkomsten, staat en prijs hem overtuigen.
De grenzen die ik wél trek
Drie dingen sluit ik categorisch uit, hoe aantrekkelijk een individueel bedrijf op papier ook oogt.
Ten eerste: landen waar eigendomsrechten niet worden gerespecteerd. Rusland is het bekendste voorbeeld. Komt een bedrijf of zijn eigenaren het regime niet goed uit, dan kan het van de ene op de andere dag tot staatsbezit worden verklaard. Als belegger ben je dan je volledige belang kwijt. Van dat risico blijf ik ver weg, hoe goedkoop de aandelen er ook lijken.
Ten tweede: markten met systematische corruptie. Daarmee doel ik op markten waar aandeelhoudersrechten, rechtszekerheid en corporate governance structureel tekortschieten. Waar een bedrijf geen zaken kan doen zonder daarin mee te gaan, is het risico voor mij onaanvaardbaar.
Ten derde: bedrijfsmodellen die ik onethisch vind. Ik wil mijn rendement niet halen uit verdienmodellen die naar mijn oordeel structureel afhankelijk zijn van schadelijk consumentengedrag. Daarom sluit ik bijvoorbeeld de tabaks- en gokindustrie uit. Een tabaksfabrikant heeft er baat bij dat klanten verslaafd raken, omdat verslaving voor terugkerende omzet zorgt. Een gokplatform verdient zijn geld aan spelers die per saldo verliezen. Zo wil ik geen rendement behalen. Gelukkig hoeft dat ook niet: de vijver blijft meer dan groot genoeg.
Wat dit mijn cliënten oplevert
Breed kijken en streng kiezen komen zo bij elkaar. Doordat ik wereldwijd en over alle sectoren heen zoek, moet elke potentiële belegging het opnemen tegen duizenden alternatieven. Doordat ik streng selecteer, blijven alleen de aantrekkelijkste over. Het resultaat is een geconcentreerde portefeuille: uitsluitend beleggingen waarvan ik de beurskoers het aantrekkelijkst vind in verhouding tot mijn inschatting van de intrinsieke waarde en de bijbehorende risico’s.
Zekerheid bestaat op de beurs niet. Wat ik mijn cliënten wél kan bieden, is een consistente en onderbouwde methode om kansen te selecteren en risico’s bewust te nemen.


