Wat is een obligatie?
Een obligatie is in de kern een schuldbewijs. Wie een obligatie bezit, heeft een vordering op de uitgever ervan. De voorwaarden van die vordering liggen vast: het bedrag dat de uitgever terugbetaalt, de rente die daarover wordt vergoed en de momenten waarop de betalingen plaatsvinden.
Als obligatiehouder treed je feitelijk op als financier van de uitgever: je stelt kapitaal beschikbaar en ontvangt daarvoor een schuldbewijs. De uitgever kan dat kapitaal inzetten voor investeringen; jij behaalt er rendement op, zolang de uitgever kredietwaardig blijft.
Obligaties worden uitgegeven door bedrijven, overheden en andere organisaties. Het opgehaalde kapitaal kan uiteenlopende bestemmingen hebben. Neem een autofabrikant: die kan met het geleende geld bijvoorbeeld een nieuwe fabriek financieren. Andere veelvoorkomende bestemmingen zijn het financieren van projecten, het uitbreiden van bedrijfsactiviteiten, het doen van overnames en het herfinancieren van bestaande schulden.
Hoe werkt een obligatie?
Voordat een obligatie wordt uitgegeven, wordt de structuur ervan vastgesteld. Die omvat doorgaans de volgende elementen:
- De nominale waarde. Dit is het bedrag dat de uitgever belooft terug te betalen op de vervaldatum (tenzij het om een perpetuele obligatie gaat) en waarover de eventuele couponrente (zie hieronder) wordt berekend. Het is niet per definitie het bedrag dat een belegger voor de obligatie betaalt; dat is alleen het geval als de marktrente gelijk is aan de couponrente. De daadwerkelijke marktprijs wordt bepaald door de geldende marktrentes. Ligt de marktrente hoger dan de couponrente, dan daalt de marktprijs van de obligatie onder de nominale waarde. Omgekeerd geldt hetzelfde: bij een lagere marktrente stijgt de marktprijs. Zo wordt het te behalen rendement automatisch in lijn gebracht met het marktrendement, ongeacht de nominale waarde of couponrente die op de obligatie vermeld staat.
- De looptijd. Dit is de periode waarover de obligatie loopt. Die kan kort zijn (Treasury Bills van de Amerikaanse overheid worden al voor vier weken uitgegeven), maar ook eeuwigdurend, zoals bij de perpetuele obligatie. Kortlopende obligaties keren doorgaans geen couponrente uit, maar worden met korting op de nominale waarde uitgegeven; zie de zero-coupon obligatie verderop. Bij perpetuele obligaties komt het rendement juist volledig uit de couponrente, die telkens opnieuw wordt betaald.
- De couponrente. Dit is het periodieke rendement dat een obligatie oplevert. Heeft een obligatie een nominale waarde van € 1.000, een couponrente van 5% en een jaarlijkse rentebetaling, dan ontvangt de obligatiehouder elk jaar € 50 aan couponrente.
- Het prospectus. Dit document bevat informatie over de uitgevende partij, de kenmerken van de obligatie, het doel van de uitgifte en andere relevante gegevens. Het helpt beleggers om beter te begrijpen waarin ze beleggen.
Obligaties kunnen op verschillende manieren worden uitgegeven: via de beurs, over-the-counter (rechtstreeks tussen professionele partijen), via veilingen (gebruikelijk bij overheden), via onderhandse plaatsingen en via online platformen. Beursgenoteerde obligaties hebben als voordeel dat ze eenvoudig verhandelbaar zijn, mits er voldoende liquiditeit is. Je hoeft de looptijd dus niet per se uit te zitten, maar kunt ook profiteren van een tussentijdse rentedaling, waardoor de obligatie in waarde stijgt.
Voordelen en risico’s voor beleggers
Voordelen
Zolang de uitgever kredietwaardig is, biedt een obligatie veel voorspelbaarheid. Houd je een obligatie tot de vervaldatum aan, dan weet je vooraf welk rendement je behaalt en over welke periode. Voor zeer vermogende particulieren en institutionele beleggers kunnen obligaties bovendien een manier zijn om grote bedragen tegen beperkt risico onder te brengen. Banktegoeden in Europa zijn via het depositogarantiestelsel gegarandeerd tot € 100.000, terwijl in obligaties van zeer kredietwaardige landen tegelijkertijd miljarden kunnen worden belegd. Zo had Berkshire Hathaway, het bedrijf van Warren Buffett, volgens het kwartaalbericht over het derde kwartaal van 2024 maar liefst $288 miljard aan Amerikaanse Treasury Bills op de balans staan.
Risico’s
Tegenover die voorspelbaarheid staan risico’s:
- Kredietrisico. De uitgever kan in betalingsproblemen komen, waardoor de rente of de aflossing geheel of gedeeltelijk uitblijft. Hoe lager de kredietwaardigheid, hoe hoger de rentevergoeding die beleggers eisen.
- Renterisico. Stijgt de marktrente, dan daalt de koers van bestaande obligaties. Vooral langlopende obligaties zijn hiervoor gevoelig; bij de prijsbepaling verderop lees je waarom.
- Inflatierisico. De couponrente en de terugbetaling liggen doorgaans vast, terwijl de koopkracht van geld door inflatie afneemt. Oplopende inflatie tast dus het reële rendement aan.
- Opportuniteitskosten. Kapitaal dat in obligaties is belegd, kan niet elders worden ingezet. Dat is verdedigbaar wanneer aantrekkelijke alternatieven ontbreken, bijvoorbeeld omdat de aandelenmarkt sterk overgewaardeerd is. Voor de lange termijn zijn obligaties echter minder aantrekkelijk: aandelen hebben historisch een hoger rendement opgeleverd.
Welke varianten obligaties zijn er?
Er bestaan veel varianten van obligaties, meer dan we in dit artikel kunnen behandelen. Hieronder volgen de meest voorkomende soorten, zodat je de verschillen snel herkent.
- Vastrentende obligaties. Je ontvangt een vaste rentevergoeding (de couponrente) die vooraf wordt afgesproken en gedurende de hele looptijd ongewijzigd blijft.
- Variabelrentende obligaties. De rente beweegt mee met een referentierente, zoals de Euribor, en wordt periodiek aangepast, bijvoorbeeld elk kwartaal. Zo beweegt het rendement van de obligatiehouder mee met de markt.
- Zero-coupon obligaties. Deze keren geen periodieke rente uit. Ze worden met korting op de nominale waarde uitgegeven, waarna de belegger aan het einde van de looptijd de volledige nominale waarde ontvangt. Het verschil tussen aankoopprijs en nominale waarde vormt het rendement.
- Inflatiegerelateerde obligaties. Deze bieden bescherming tegen inflatie doordat de rente of de nominale waarde wordt gecorrigeerd voor de inflatie. Zo behoudt het kapitaal zijn koopkracht.
- Perpetuele obligaties. Deze hebben geen einddatum en keren voor onbepaalde tijd rente uit. In de meeste gevallen heeft de uitgever het recht om de obligatie na een vooraf bepaalde periode vervroegd af te lossen (een zogeheten calloptie).
Wat bepaalt de prijs van een obligatie?
De waarde van een obligatie wordt bepaald door vier factoren: de nominale waarde, een eventuele couponrente, de looptijd en de kredietwaardigheid van de uitgever. De kredietwaardigheid laten we hier buiten beschouwing.
Logischerwijs geldt: hoe hoger de nominale waarde, hoe hoger de waarde van de obligatie; je krijgt aan het einde van de looptijd immers meer terug. Hetzelfde geldt voor de couponrente: een hogere couponrente betekent meer rendement en dus een hogere obligatiewaarde. De looptijd speelt een rol doordat deze bepaalt wanneer je de nominale waarde ontvangt. Geld heeft immers een tijdswaarde en die wordt op haar beurt bepaald door de marktrente.
Een rekenvoorbeeld: een obligatie heeft een nominale waarde van € 1.100, een looptijd van één jaar en geen couponrente, terwijl de marktrente 10% bedraagt. De huidige waarde van die obligatie is dan € 1.000 (1.100 / 1,10). Andersom geredeneerd: wie vandaag € 1.000 uitleent voor een jaar tegen 10% rente, heeft over een jaar € 1.100 — precies de nominale waarde.
Is de looptijd geen jaar maar tien jaar, dan daalt de huidige waarde fors, omdat de nominale waarde pas veel later wordt uitgekeerd. In dat geval bedraagt de waarde slechts € 424,10 (1.100 / 1,10^10).
Hieruit volgt een belangrijke vuistregel: hoe langer de looptijd van een obligatie, hoe gevoeliger de koers is voor renteveranderingen. Een renteverschil werkt immers in elk resterend jaar door in de contante waarde. Het gevolg: bij een rentestijging daalt de waarde van langlopende obligaties sterker dan die van kortlopende; bij een rentedaling stijgt deze juist sterker.
Waarom worden obligaties gebruikt als financieringsvorm?
Breed kapitaalpubliek, lagere kosten en betere voorwaarden
Een emittent, zoals de uitgever van obligaties ook wel wordt genoemd, geeft doorgaans in één keer een grote hoeveelheid obligaties uit. Die kunnen door veel verschillende particuliere en institutionele beleggers worden gekocht. Zo hoeft de emittent niet bij één partij aan te kloppen voor een groot bedrag, maar kan dat bedrag worden opgehaald bij een breed publiek van kleinere beleggers. Dat voorkomt afhankelijkheid van één financier die anders een hogere rente en strengere voorwaarden zou kunnen afdwingen. Doordat veel beleggers onderling concurreren om de obligaties, kan de emittent bovendien vaak lenen tegen een lagere rente en onder betere voorwaarden dan bij één kredietverstrekker. Door het kapitaal in kleine stukken op te halen, houdt de emittent zelf de regie.
Lange looptijden
Obligaties maken het mogelijk om financiering aan te trekken voor lange periodes: dertig jaar of zelfs langer. Dat is vooral interessant voor projecten met een eveneens lange looptijd. Neem een energiebedrijf dat een nieuwe energiecentrale wil bouwen. Zo’n project vergt enorme investeringen, maar levert ook redelijk voorspelbare kasstromen op over een lange periode. Zodra de marktrente gunstig genoeg is, is het aantrekkelijk om de volledige financiering vast te leggen voor de gehele projectduur. Anders loopt de onderneming het risico dat de rente bij een latere herfinanciering minder gunstig uitvalt.
Tegelijkertijd kan de emittent tussentijds profiteren van gedaalde rentes door de lening te herfinancieren, mits de voorwaarden dat toelaten. Zo neemt het nettorendement van de energiecentrale verder toe.
Geen directe terugbetalingsdruk
Obligaties bieden de mogelijkheid om gedurende de looptijd uitsluitend rente te betalen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een klassieke banklening waarbij ook periodiek wordt afgelost. De hoofdsom (de nominale waarde) hoeft pas aan het einde van de looptijd te worden terugbetaald. Dat maakt het voor de emittent eenvoudiger om de kasstromen op orde te houden en laat meer ruimte om te blijven investeren.
Wel betekent dit dat de aflossing in één keer plaatsvindt. In de praktijk wordt dat moment vaak niet afgewacht: de lening wordt tussentijds geherfinancierd, idealiter tegen een lagere rente, zoals hierboven beschreven.
Maakt Verde Antico Vermogensbeheer gebruik van obligaties?
Ja, zij het voornamelijk als tussenoplossing. Wij beleggen in geldmarktfondsen: fondsen die beleggen in veel verschillende kortlopende en liquide financiële instrumenten, waaronder obligaties. Daarmee behalen we tussentijds een klein maar stabiel rendement bij zeer beperkt risico, terwijl we op zoek zijn naar aantrekkelijke beleggingen.
Af en toe vinden we obligaties die aanzienlijk verkeerd geprijsd zijn. Bijvoorbeeld wanneer beleggers rekenen op een faillissement, terwijl er een grote mate van zekerheid bestaat dat de obligaties met de hoogste rangorde (senioriteit) volledig worden afgelost. Zulke situaties kunnen een snel en aantrekkelijk rendement opleveren bij een beperkt risico. Toch wegen we ze altijd af tegen onze alternatieven bij aandelen; die zijn vaak nog aantrekkelijker.
Zodra we bedrijven vinden met een sterk verdienvermogen tegen een aantrekkelijke prijs, verkleinen we onze positie in geldmarktfondsen en vergroten we die in de betreffende bedrijven. Zo streven we naar een zo hoog mogelijk rendement voor onze cliënten, altijd met oog voor hun gemoedsrust.

