Het verschil tussen vermogensaanwasbelasting en vermogenswinstbelasting

Bij vermogenswinstbelasting betaal je belasting over gerealiseerde rendementen. Stel je hebt een vast aantal aandelen A gekocht voor € 100.000 en deze verkocht voor € 110.000, dan betaal je aan het eind van het jaar belasting over de gerealiseerde winst van € 10.000.

Bij vermogensaanwasbelasting betaal je belasting over papieren rendementen. Stel je hebt wederom het vaste aantal aandelen A gekocht voor € 100.000 en deze zijn gestegen naar € 110.000 (maar nog niet verkocht), dan betaal je aan het eind van het jaar alsnog belasting over de papieren winst van € 10.000.

Wellicht zie je het al: je krijgt dan een liquiditeitsprobleem. Bij de vermogensaanwasbelasting moet je je aandelen dan mogelijk alsnog verkopen om aan je belastingplicht te kunnen voldoen, hoewel je eigenlijk van plan bent ze (nog vele jaren) aan te houden.

De prijs van vermogensaanwasbelasting

Om de prijs van vermogensaanwasbelasting te berekenen en aan te tonen waarom het een dure fout is, maak ik gebruik van een wat gechargeerd voorbeeld waarbij ik het afzet tegen de belasting die betaald zou zijn en de rendementen die behaald zouden zijn bij een vermogenswinstbelasting. Dat doe ik vooral om de logica begrijpelijker te maken. Zodra je het ziet, kun je je sneller voorstellen waarom vermogensaanwasbelasting inferieur is aan vermogenswinstbelasting.

De aannames zijn:

  • Er wordt uitgegaan van een belastingtarief van 36% over de rendementen
  • Er wordt belegd voor een periode van 30 jaar
  • Er is sprake van een eenmalige inleg van € 100.000
  • Al het rendement is koerswinst
  • De belasting wordt uit de portefeuille betaald

Tabel 1: Totaal betaalde belasting over 30 jaar

Gem. rendement p/j Aanwasbelasting Realisatiebelasting Verschil
4% € 63.828 € 80.762 € 16.934
8% € 195.334 € 326.256 € 130.922
12% € 461.564 € 1.042.557 € 580.993
16% € 991.599 € 3.054.596 € 2.062.997
20% € 2.030.140 € 8.509.547 € 6.479.407

Tabel 2: Wat je netto overhoudt na 30 jaar

Gem. rendement p/j Aanwasbelasting Realisatiebelasting Verschil
4% € 213.472 € 243.577 € 30.106
8% € 447.261 € 680.010 € 232.750
12% € 920.559 € 1.953.435 € 1.032.876
16% € 1.862.842 € 5.530.392 € 3.667.550
20% € 3.709.138 € 15.228.084 € 11.518.946

De les die je kunt opmaken uit de tabellen is als volgt (en wellicht wat contra-intuïtief): bij realisatiebelasting betaal je in absolute euro’s méér belasting (tabel 1), maar houd je tóch meer over (tabel 2). Dat komt door belastinguitstel: je geld kan 30 jaar lang onbelast doorgroeien; 36% van een veel grotere eindwinst is gunstiger dan elk jaar rendement inleveren, waardoor je samengestelde groei wordt afgeknepen. Bij de aanwasbelasting groeit je vermogen netto met slechts rendement × (1 − 0,36) per jaar: zo wordt 12% rendement voor belasting slechts 7,68% na belasting en over 30 jaar tikt dat enorm aan. Het effect wordt sterker naarmate het rendement hoger is en de looptijd langer.

Deze conclusie is geweldig nieuws, want het toont aan dat zowel de staat als de belegger op lange termijn meer overhouden door te kiezen voor vermogenswinstbelasting in plaats van vermogensaanwasbelasting. Ja, dat betekent dat de staat wat langer op zijn geld moet wachten, maar is dat niet precies het langetermijndenken dat we van onze overheid mogen verwachten?

Wat nuances om de les aan te sluiten op de praktijk

Voor de nuance is het belangrijk om het volgende te benoemen: het is onwaarschijnlijk dat men als groep 30 jaar lang niets realiseert, dus in werkelijkheid zullen de verschillen kleiner zijn. Hoe dan ook laat de logica zien dat het financiële en fiscale voordeel op lange termijn altijd groter zal zijn bij een vermogenswinstbelasting.

Voor een verdere nuance is het verstandig om uit te gaan van een rendement dat dicht bij het langetermijnrendement van de markt ligt (de rij van 8% in de tabellen past hier het beste bij). Een belegging die hierbij past is de MSCI World Index. De index is op grote schaal toegankelijk voor particuliere beleggers en er kan eenvoudig in belegd worden voor de lange termijn, zonder er veel omkijken naar te hebben. Door dat passieve karakter is de index overigens ook een voorbeeld van een belegging waar je heel lang in zou kunnen blijven zitten zonder tussentijdse rendementen te realiseren, waarmee je het voordeel van een lange looptijd benut.

Als ik naar mijn eigen beleggingen kijk, is het onwaarschijnlijk dat ik 30 jaar lang in precies dezelfde bedrijven blijf zitten. Dat komt doordat ik beleg in ondergewaardeerde bedrijven waarvan ik verwacht dat die, ondersteund door hun verdienvermogen, vroeg of laat weer een meer kloppende waardering krijgen. Zodra dit punt is bereikt, realiseer ik doorgaans mijn winsten en stop ik die weer in nieuwe, ondergewaardeerde bedrijven. Soms gaat het heel snel en kan ik winsten al binnen een half jaar realiseren, maar ik houd ook zeker rekening met scenario’s waarin dit meer dan vijf jaar duurt. Denk aan momenten waarop niet alleen het sentiment rondom een specifiek bedrijf de koers laag houdt, maar ook bredere marktomstandigheden. Hoe dan ook geeft het aan dat ik te maken zal krijgen met herhaaldelijke momenten waarop winsten worden gerealiseerd en waarbij belastingen afgedragen worden.

Het vergelijkbare voorbeeld van Warren Buffett

Om mijn artikel wat kracht bij te zetten, grijp ik graag een eerder gegeven voorbeeld aan van Warren Buffett. Als je het niet van mij aanneemt, doe dat dan wel van Warren. In zijn Shareholder Letter van 1989 schreef hij het volgende (met CTRL + F en dan “Rip Van Winkle”, vind je het citaat snel terug):

Imagine that Berkshire had only $1, which we put in a security that doubled by yearend and was then sold. Imagine further that we used the after-tax proceeds to repeat this process in each of the next 19 years, scoring a double each time. At the end of the 20 years, the 34% capital gains tax that we would have paid on the profits from each sale would have delivered about $13,000 to the government and we would be left with about $25,250. Not bad. If, however, we made a single fantastic investment that itself doubled 20 times during the 20 years, our dollar would grow to $1,048,576. Were we then to cash out, we would pay a 34% tax of roughly $356,500 and be left with about $692,000.

The sole reason for this staggering difference in results would be the timing of tax payments. Interestingly, the government would gain from Scenario 2 in exactly the same 27:1 ratio as we – taking in taxes of $356,500 vs. $13,000 – though, admittedly, it would have to wait for its money.

Langetermijnresultaten hebben een hogere prioriteit dan kortetermijngaten

De financiële en fiscale verschillen tussen de vermogensaanwasbelasting en de vermogenswinstbelasting spreken voor zich. Mijn voorbeeld past bij een individuele belegger en diens belastingplicht — en dan heb je het al over honderdduizenden euro’s: niet alleen wat de staat int, maar ook wat de particuliere belegger zelf kan gaan besteden. Laat staan hoe hoog de bedragen oplopen als het over alle particuliere beleggers in Nederland gaat: dan hebben we het over vele miljarden. En dat zijn al snel de miljarden die we nodig hebben om toekomstige begrotingstekorten te dichten. Nu kiezen voor vermogenswinstbelasting voorkomt dat we op de lange termijn nog meer moeten schuiven in ons fiscale model om kortetermijngaten op te vullen ten koste van de langetermijnresultaten van ons land.