Wat is volatiliteit?

Volatiliteit is de beweeglijkheid van een koers rond zijn gemiddelde — simpel gezegd: hoeveel de koers op en neer gaat. Een aandeel met een hoge volatiliteit heeft dus een wisselvallig koersverloop gehad. Die historische beweeglijkheid wordt vervolgens gebruikt als maatstaf voor risico. De aanname daarbij is dat wat een koers in het verleden heeft gedaan, iets zegt over wat die koers in de toekomst zal doen. Zo is volatiliteit uitgegroeid tot de standaardmaatstaf voor beleggingsrisico — in de wetenschap, maar bijvoorbeeld ook in de risicoprofielen die banken en vermogensbeheerders hanteren.

Waarom volatiliteit de standaardmaatstaf werd

Dat volatiliteit zo dominant is geworden, komt niet doordat het risico zo goed beschrijft, maar doordat het zo goed meetbaar is. In de wetenschap bestaat een begrijpelijke wens om grote aantallen bedrijven op een uniforme manier te vergelijken, zodat hypothesen getoetst kunnen worden. Koersdata zijn overvloedig beschikbaar en eenvoudig te verwerken — en dus worden ze gebruikt. Abraham Maslow beschreef dit mechanisme treffend: wie als enige gereedschap een hamer heeft, ziet elk probleem als een spijker. Bij gebrek aan beter wordt volatiliteit keer op keer ingezet als indicator voor risico.

Daarmee wordt het begrip overvraagd. Wie de risico’s van een onderneming werkelijk wil begrijpen, zal naar de onderneming zelf moeten kijken: naar het verdienvermogen, de balans, de concurrentiepositie, de kwaliteit van het management et cetera. Dat vergt grondige analyse. En die laat zich niet standaardiseren, omdat bedrijven sterk van elkaar verschillen en voortdurend in beweging zijn.

Waar de theorie wringt

Volatiliteit wordt bepaald door koersbewegingen in beide richtingen: stijgingen en dalingen tellen even zwaar mee. Daalt een aandeel fors, dan neemt de volatiliteit toe — en daarmee, volgens de theorie, het risico van de belegging. Dat is een merkwaardige conclusie. Als het verdienvermogen van de onderneming op peil is gebleven, krijg je bij een lagere koers immers meer waarde voor je geld. Je veiligheidsmarge wordt groter en je risico juist kleiner. Hier wringt de theorie precies met het adagium waaraan dit artikel zijn titel ontleent: prijs is wat je betaalt, waarde is wat je krijgt. Volatiliteit zegt alleen iets over het eerste.

Hoe ga je om met volatiliteit?

Als belegger richt je je op het verdienvermogen van je (potentiële) beleggingen. Je zoekt een goed rendement over de lange termijn en laat je niet leiden door wat de markt op enig moment van een onderneming vindt.

Een voorbeeld. Stel: je belegt in bedrijf A tegen een koers van € 100. Een week later is de koers gedaald naar € 90 en is de marktwaarde van je positie dus tien procent lager. Is dat een reden om te verkopen? Niet als je analyse op orde is. Je hebt de onderneming grondig onderzocht en weet dat het verdienvermogen intact is. De lagere koers is dan geen verlies, maar een kans om je belang tegen een aantrekkelijkere prijs uit te breiden.

Stel nu dat de daling niet stopt bij tien procent. Onrust op de markt drukt de koers verder omlaag, naar € 50. Verkoop je dan wel? Ook nu niet. Marktsentiment schiet geregeld door: in slechte tijden raken beleggers in paniek, waardoor koersen irrationeel laag kunnen worden. Benjamin Graham verwoordde het treffend: “In the short run, the market is a voting machine.” Zolang het verdienvermogen op peil blijft, is de verdere daling opnieuw een koopkans. Warren Buffett formuleerde het in de geest van zijn leermeester zo: “The stock market is there to serve you, not to instruct you.”

Vroeg of laat normaliseert de markt en komen koersen weer meer in lijn met het verdienvermogen van de onderliggende bedrijven. Graham opnieuw: “In the long run, the market is a weighing machine.” Stel dat het aandeel van bedrijf A vervolgens stijgt naar € 200. Verkoop je dan? Je stelt jezelf dezelfde vraag als eerder: staat de koers lager dan of in lijn met het verdienvermogen van de onderneming? Dan kun je het aandeel rustig aanhouden. Is de koers doorgeschoten naar een irrationeel hoog niveau? Dan verkoop je.

De redenering is het spiegelbeeld van die bij het kopen: zoals een irrationeel lage koers je veiligheidsmarge vergroot, holt een irrationeel hoge koers je verwachte rendement uit. Wie dan blijft zitten, belegt niet langer op basis van verdienvermogen, maar speculeert erop dat het sentiment de koers nog verder opdrijft. Dezelfde markt die je eerder tegen een te lage prijs liet bijkopen, biedt je nu de kans om tegen een te hoge prijs te verkopen — ook dan is de markt er om je te dienen.

De les

Volatiliteit is een gebrekkige maatstaf voor risico, maar een rijke bron van kansen. Het sentiment op de aandelenmarkt leidt van tijd tot tijd tot irrationele prijzen — naar beneden en naar boven. Dat creëert koopkansen en verkoopkansen voor wie zijn analyse op orde heeft. De coronacrisis liet dat in extreme vorm zien: veel aandelenkoersen kelderden in korte tijd, om vervolgens door te stijgen naar niveaus die nooit eerder waren bereikt. Wie toen naar het verdienvermogen keek in plaats van naar de koersgrafiek, kon daarvan profiteren.