Winst besteden is kiezen

Hoe een onderneming haar winst besteedt, wordt kapitaalallocatie genoemd. Het is een van de belangrijkste maatstaven om de kwaliteit van een bestuur te beoordelen: hier wordt bepaald of de winst van vandaag ook rendement voor morgen oplevert.

Het uitgangspunt is eenvoudig: elke euro winst concurreert met alle alternatieven. In hoofdlijnen zijn er vier verstandige bestemmingen: herinvesteringen, schuldaflossing, aandeleninkoop en dividend. Welke daarvan op enig moment de beste is, hangt af van wat de andere opleveren. Een herinvestering die naar verwachting vier procent rendeert, is onverstandig zolang de onderneming zes procent rente betaalt op haar schulden. En biedt een staatsobligatie diezelfde vier procent risicovrij, dan is de vraag gerechtvaardigd waarom de onderneming voor dat rendement risico zou nemen. Vanuit dit perspectief volgen hieronder de vier bestemmingen.

Herinvesteringen

Het liefst zie je ondernemingen die hun winst tegen een aantrekkelijk rendement kunnen blijven herinvesteren in de eigen activiteiten. Het verdienvermogen neemt dan gestaag toe en daarmee op termijn ook het rendement op je belegging. Denk aan schaalvergroting, een efficiëntere bedrijfsvoering en overnames die bij de kernactiviteit passen — mits daarvoor een verantwoorde prijs wordt betaald.

De lat ligt daarbij hoger dan een positief rendement alleen: een herinvestering moet meer opleveren dan het beste alternatief. Levert een project naar verwachting minder op dan het aflossen van dure schulden, of nauwelijks meer dan een risicovrije staatsobligatie, dan neemt de onderneming onnodig risico en verdient het kapitaal een andere bestemming.

Schuldaflossing

Winst kan ook worden gebruikt om de schuldenpositie af te bouwen. Dat bespaart rentelasten en vergroot de weerbaarheid: een onderneming zonder rentedragende schulden is vrijwel ongevoelig voor herfinancieringsrisico en oplopende rente, factoren die zwaar gefinancierde bedrijven in moeilijke jaren fataal kunnen worden. Bovendien ontstaat er ruimte om toekomstige projecten uit eigen middelen te financieren.

Ook hier draait het om de vergelijking met de alternatieven: de bespaarde rente is in feite een gegarandeerd rendement en daarmee de lat waar een herinvestering overheen moet.

Aandeleninkopen

Bij een aandeleninkoop koopt de onderneming eigen aandelen in. De toekomstige winst wordt daardoor over minder aandelen verdeeld: het deel dat aan jouw aandelen toekomt, neemt toe. Daarnaast kan inkoop de koers van een ondergewaardeerd aandeel richting de werkelijke waarde helpen bewegen.

De voorwaarde is dat de inkoop plaatsvindt tegen een koers onder de werkelijke waarde van de onderneming. Inkopen boven die waarde is kapitaalvernietiging: het bestuur betaalt dan meer voor een aandeel dan het waard is, ten koste van de aandeelhouders die blijven.

Waar die grens precies ligt, valt niet in één formule te vangen; het gaat eerder om een bandbreedte dan om één specifieke koers. De nuances die daarbij komen kijken, verdienen een eigen artikel. Wat je als belegger in elk geval niet wilt zien, is dat aandeleninkopen voorrang krijgen op twee wezenlijke zaken. De eerste: vruchtbare herinvesteringen waarmee de onderneming aan de buitengrenzen van haar niche kan opereren. De tweede: het aflossen van schulden die de stabiliteit op lange termijn bedreigen.

Dividenduitkeringen

Houdt een onderneming geld over na haar herinvesteringen, is de schuldenpositie gezond en ligt de koers in lijn met de werkelijke waarde? Dan is een dividenduitkering de logische sluitpost. De onderneming hoeft niet onnodig op een groeiende kaspositie te zitten en aandeelhouders kunnen het geld naar eigen inzicht herbeleggen of besteden.

Ter verdieping

Warren Buffett en Charlie Munger — twee meesters in kapitaalallocatie — over aandeleninkopen en dividenduitkeringen: bekijk de video op YouTube.